In de afgelopen vier jaar is er een groeiende interesse in het  “symbolisch denken” op het internet. Een centraal figuur in deze beweging is Jonathan Pageau, oprichter van het platform ‘The Symbolic World. Pageau graveert iconen vanuit de oosters-orthodoxe traditie en verdiept zich in de manier waarop betekenissen en patronen geuit worden in beeld.  Het gedachtegoed van Pageau is geïnspireerd door de vroege kerkvaders. Met name Gregorius van Nyssa en Maximus Confessor. Ook refereert hij naar gedachtegoed uit de twintigste eeuw zoals de fenomenologie van Martin Heidegger, Mircea Eliade’s perspectief op de ‘heilige ruimte’  en het symbolische denken van René Guénon. In deze blog doe ik een poging om het symbolische wereldbeeld uiteen te zetten in zes punten. 

1. Symboliek is onderdeel van een oude kosmologie

Om symboliek te begrijpen moeten we vanuit een ander wereldbeeld kijken dan dat wij als moderne mens gewend zijn volgens Pageau. De oude mythen over het ontstaan van de aarde poogden niet een materialistische kosmos te omschrijven, losgekoppeld van het subject, maar een perspectief op de wereld waar het subject juist centraal staat. Het gaat om een wereld zoals die ervaren wordt – zoals die verschijnt aan ons bewustzijn. Kosmologie is vanuit dit perspectief eerder een wereldbeeld, een manier waarop realiteit geïnterpreteerd wordt, dan een wetenschapsgebied.

Pageau maakt in zijn visie een onderscheid tussen hemel en aarde. De aarde is de matrix van de wereld. De plek van waaruit alle fenomenen opstaan en terugkeren. “Uit stof zijt gij geboren en tot stof zult gij wederkeren”. Hij vindt hierbij aansluiting bij Heidegger:

“What this word (Earth) means here is far removed from the idea of a mass of matter and from the merely astronomical idea of a planet. Earth is that in which the arising of everything that arises is brought back – as, indeed, the very thing that it is- and sheltered. In the things that arise the earth presences as the protecting one.”

Martin Heidegger. Origin of the Work of Art, in “Off The Beaten Track”, translated by Julian Young and Kenneth Hayes, Cambridge Press, 2002.

De hemel is de plek van de onzichtbare patronen. De plek van verhaal, waarden, principes en identiteit. Het onzichtbare vormt de zichtbare wereld. Het geeft de wereld een bepaalde samenhang.

Volgens Pageau worden in Genesis de grote patronen van deze kosmologie uiteengezet. Hemel en aarde zijn de eerste twee polen van de schepping, “the two original metaphysical categories which were created ‘in the beginning’, in the Principle, in the ἀρχῇ, בְּרֵאשִׁית of creation.” Deze categorien zijn volgens hem universeel. Hemel en aarde zijn gelijk aan de Griekse Uranos en Gaïa, de Chinese Yang en Yin, en de Vader Hemel en Moeder Aarde uit de inheems-Amerikaanse mythen.

De mens wordt vanuit deze kosmologie gezien als een microkosmos die bestaat uit adem en stof. Het is hetzelfde patroon, maar dan op een ander niveau. De geest  informeert het vormloze stof, en het stof is een expressie van de geest. Het een kan niet zonder het ander. En dit is precies wat een symbool is: het samenkomen van een betekenis met een vorm die de betekenis kan dragen. 

2. Symbolisch kijken is een spiritueel perspectief op de werkelijkheid 

Symbolisch denken verhoudt zich tot het onderscheiden van geest en materie, hemel en aarde. Het gaat hierbij om het verschil tussen de spirituele betekenis en de materiële betekenis. Waarbij de eerste staat voor de hogere betekenissen: “Wat betekent het?” “Welke waarheid belichaamt het?” Het materiële deel verhoudt zich tot vragen als “hoe werkt het?” “Van welk materiaal is het gemaakt?”. Dit verschil lijkt op het onderscheid tussen “de taal van de mythos” en “de taal van de logos”. Lees hierover meer in deze blog. Alles wat wij zien heeft dus een geestelijk deel volgens Pageau. De geest is het onzichtbare patroon die de materie informeert. Een kast is bijvoorbeeld niet alleen een samenstelling van wat planken en spijkers. Er is een idee, een geest, een patroon dat ‘kast’ wordt genoemd die de materie (de planken en spijkers) informeert en zo van structuur voorziet. De fysieke manifestatie van de kast kan alleen maar bestaan door het samenbrengen van de materie en de geest. 

Een patroon komt niet uit de lucht vallen. Het is onderdeel van een groter verhaal. Je gaat bijvoorbeeld geen kast maken, wanneer je geen kast nodig hebt. De manifestatie van de kast is onderdeel van het verhaal waarin ik een plek moet hebben voor mijn schone sokken. Hetzelfde geldt voor de uitvinding van de elektrische auto, de atoombom en het condoom. Smartphones, Netflix en pakketbezorging. Ze vertellen iets over wie wij zijn. Iets over onze identiteit. Iets geestelijks.  

3. Symboliek is niet een betekenisvolle toevoeging aan de werkelijkheid

Volgens Pageau is symboliek niet een leuke versiering die wordt toegevoegd aan een betekenisloze realiteit, maar de manier waarop realiteit voor onze ogen gevormd wordt. Onze realiteit ontstaat door symboliseren. Doordat wij patronen projecteren op de materie en evenementen ontstaat de realiteit waarin wij leven. Zo kan een hond voor de één geassocieerd worden met blijdschap en voor de ander met angst. De één plaats het in een patroon van prettig gezelschap en de ander in het patroon van de hondenbeet uit het verleden. De een symboliseert het beeld van Piet Hein als een beeld van de Nederlandse identiteit. De ander als een beeld van onderdrukking. Hetzelfde dier en hetzelfde beeld, maar een hele andere realiteit. 

Symboliek staat dus niet tegenover een neutrale wereld van feiten, maar kijkt naar de manier waarop de feiten in patronen geordend worden. Er is geen realiteit die niet symbolisch is, omdat er altijd feiten in patronen geordend worden. Zelfs de wetenschapper die natuurwetenschappelijk onderzoek doet probeert de feiten (aarde) samen te brengen met theorie (hemel). Zij participeert zo in het symbolisch proces van het samenbrengen van hemel en aarde. 

4. Symboliek werkt met de spirituele patronen

Symboliek verhoudt zich niet alleen tot de samenhang van het patroon en het materiële, maar ook tot het vergelijken van verschillende symbolische patronen. Zoals hierboven al is uitgelegd, is er een vergelijking te maken tussen het maken van een kast en het “maken” van de mens. Zo ziet de symbololoog nog meer patronen. 

Deze logica van het symbolische denken is niet causaal, maar gaat middels het vinden van symbolische analogen. Dit zijn de overeenkomsten in het geestelijke (het onzichtbare) patroon. Bijvoorbeeld: Noach in de boot – de stenen tafelen in de ark – Christus in de schoot van Maria. Of: De zondvloed – het oversteken van de Jordaan – het doorkruisen van de rode zee – de doop. Of: paradijs – de berg Sinaï – tabernakel – mens als tempel. Of:  Boom des Levens – de bronzen slang van Mozes – Jezus aan het kruis. Of: de top van de berg waar God ontmoet wordt – het Heilige der Heilige – het altaar – het innerlijke heiligdom. 

Maar symbolen hoeven zich niet tot de bijbel of religieuze teksten te verhouden: Neem als voorbeeld het symbolische patroon van het vinden van het hoogste op de meest donkere plek: Bilbo baggins vindt de ring in de donkere grot van het monster Golum. Harry Potter vindt de steen der wijzen in een geheime kamer.  Christus ligt in een donkere stal. Een ander voorbeeld is het symbool van de verborgen “chosen one”: Koning David als jongste zoon. Harry Potter die leeft bij dreuzelouders. Jezus de zoon van een eenvoudige timmerman. Nog een voorbeeld is het overwinnen van de dood door zelfopoffering: Harry Potter – Tony Stark bij de Avengers – Jezus. 

Overeenkomsten tussen religieuze symbolen uit verschillende culturen, zoals God als zon of de herrezen god, zijn vanuit het symbolisch perspectief niet noodzakelijk het gevolg van syncretisme. Dat bepaalde symbolische patronen in verschillende culturen voorkomen is voor de symbolische denker een teken dat het een betekenisvol patroon is voor de menselijke ervaring. Dat verschillende culturen de zon zien als een betekenisdrager van het idee god, vraagt niet per se om een causale verklaring. Bijvoorbeeld door te stellen dat de ideeën door reizigers zijn overgedragen. Nee, het verbinden van God met de zon is een symbolisch logische associatie. 

5. Een symbool is anders dan een metafoor 

Symbolen en metaforen zijn allebei dragers van betekenissen. Alleen verschillen ze in de manier waarop dat gedaan wordt. De metafoor heeft een meer verwijzende functie. Metaphora betekent ‘overdracht’. Een voorbeeld van een metafoor is de interface van je computer. De cursor en de iconen staan voor de enen en nullen die de computer laten werken. Het is een één op één overdracht. 

Een symbool is niet een overdracht van een betekenis zoals de interface van je computer, of het mannetje op de wc-deur. De manier waarop het symbool met de betekenis samenhangt vinden we in de definitie van het woord. Namelijk: ‘samenbrengen’. Bij het symbool komen de betekenis en dat wat de betekenis draagt samen. Het verwijst wel naar een betekenis, maar alleen in de zin dat de betekenis geconcentreerd wordt in het symbool. Het symbool is een concretisering van de betekenis. Een incarnatie:

A symbol, properly understood, is only a sign pointing to something, a principle, in the sense that it concentrates that principle in a direct way, makes it manifest.   And a symbol, being a concentration and manifestation is also a participation in the thing it symbolizes.  

Jonathan Pageau. The Recovery of Symbolism in “Orthodox Arts Journal”, 2012.

Er is dus een wezenlijk verschil tussen metaforisch en symbolisch denken. Dit verschil laat zich goed afbeelden door de verschillende interpretaties van de eucharistie. De metaforische denkers zien het wijn en brood als een verwijzing naar een andere realiteit: het bloed en lichaam van christus. De symbolische denker ziet het ritueel als incarnatie van de betekenis, waardoor er in geparticipeerd kan worden. Een theofanie. 

Daarbij komt kijken dat vanuit het symbolische perspectief, de keuze voor wijn en brood als analogen voor het lichaam en bloed niet arbitrair is – een keuze die gemaakt is omdat die voorwerpen toevallig op de tafel van het laatste avondmaal lagen. Iets dat net zo goed honing en steen had kunnen zijn.  Met wijn en brood wordt een symbolisch draad samengebracht, dat al begint bij het verhaal van Kaïn (gaf het offer van het land brood en wijn) en Abel (vlees en bloed). Het symbool hangt dus samen in een groter netwerk van betekenissen. 

6. Er bestaat geen letterlijke betekenis

Er bestaat volgens Pageau niet iets als een letterlijke (neutrale) betekenis. Alleen verschillende niveaus van omschrijven. De letterlijk betekenis wordt in onze cultuur meestal als forensisch begrepen, of feitelijk accuraat. Maar een accurate feitelijke omschrijving is niet altijd de beste omschrijving.  In de taal van de wetenschap bijvoorbeeld wel. Maar niet wanneer we een bokswedstrijd willen samenvatten. Het zou erg langdradig worden om aandacht te geven aan iedere stoot, de impact van de stoot, elke beweging, iedere zweetdruppel, enzovoorts. Een omschrijving heeft altijd een doel. En het doel bepaalt de taal die gebruikt wordt. Wanneer je gevoelens wil uiten aan de liefde van je leven, dient een scheikundige omschrijving van de stofjes die hierbij vrijkomen niet doel. Een dergelijke omschrijving zegt niets over het ervaren van liefde. 

Het zoeken naar de feitelijkheden van mythen gaat volgens Pageau voorbij aan het de betekenis van het verhaal. Vanuit het symbolische perspectief is de zoektocht naar de historische Jezus daarom bijvoorbeeld een onzinnige zoektocht. De waarde en de betekenis van Jezus zit juist in het verhaal. In de manier waarop de evenementen herinnert zijn. Het verhaal vertelt waarom het een belangrijk figuur is. De zin van het verhaal zit in het verhaal en niet achter het verhaal. 

Dit waren de zes fundamentele punten voor het begrijpen van Pageau’s ‘symbolische wereld’. Mocht je geïnteresseerd zijn geraakt in deze visie, dan kan je voor meer informatie zijn Youtube-kanaal bekijken. 

The Cosmic Mountain
  • Bericht auteur: