Als ik een verzameling vage begrippen zou aanleggen dan zou ‘mystiek’ daar zeker een plekje in krijgen. Want waar hebben mensen het in hemelsnaam over als ze dat woord in de mond nemen? Het woord roept allerlei associaties op; zweverig, religieus, spiritueel, hoogdravend, mysterieus (hé, weer die mist…) Aan de hand van de bekende Nederlandse dichter M. Vasalis (1909-1998) hoop ik een tipje van de mistsluier op te lichten en probeer ik de vraag te beantwoorden: bestaat er ook zoiets als een seculiere mystiek?

De poëzie van Vasalis

Dit wordt geen lange academische verhandeling over wat mystiek precies is, maar wel een verkenning van dat begrip aan de hand van een van Nederlands meest geliefde dichters, M. Vasalis. Vasalis (pseudoniem van Margaretha Droogleever Fortuyn-Leenmans) debuteerde in 1940 met haar bundel Parken en Woestijnen. Gedurende haar leven schreef ze nog een paar andere bundels, maar haar oeuvre bleef klein. Vasalis werkte als arts en kinderpsychiater en leidde een teruggetrokken bestaan in Roden, een dorp in de buurt van Groningen; ze gaf geen interviews, maar was wel op afstand betrokken bij de Nederlandse literaire wereld. Ondanks (of misschien juist vanwege) het feit dat Vasalis traditionele gedichten schreef terwijl op dat moment de nieuwe literaire beweging de Vijftigers de poëzie opschudde werd ze een veelgelezen dichter. Haar werk werd bekroond met verschillende prijzen.

Bij mystiek moeten we misschien denken aan de middeleeuwse christelijke mystici zoals Johannes van het Kruis, Hadewijch of Meester Eckhart. Zij schreven over bijzondere ervaringen van eenwording of ontmoeting met God of Christus, of over visioenen of momenten van inzicht. Dit zijn vormen van klassieke religieuze mystiek. Misschien denken we bij mystiek ook wel aan allerlei vage vormen van collectieve trances of door geestverruimende middelen opgeroepen hallucinaties. In dit kader schrijft William Harmless in zijn werk ‘Mystics’ dat mystiek in populair taalgebruik soms ‘een verzamelterm wordt voor religieuze gekkigheid.’

Definiëren van mystiek

Volgens de Nederlandse literatuurwetenschapper Maaike Meijer worden de gedichten van Vasalis gekenmerkt door elementen die traditioneel gezien tot de mystiek gerekend kunnen worden. Hiervoor gebruikt ze de definitie van mystiek van Cees van de Watering die mystiek literair benadert: mystiek uit zich immers traditioneel altijd in geschrift.

De mystieke ervaring is volgens hem een bewustzijnstoestand met een aantal kenmerkende eigenschappen. De belangrijkste hiervan is het ervaren van eenheid of eenwording van subject en object. Dat object kan, afhankelijk van de culturele/levensbeschouwelijke context door het subject op verschillende manieren worden ervaren. Bijvoorbeeld als een persoonlijke God, het onpersoonlijk goddelijke, het levensbeginsel, het universum, de natuur, het diepste zelf, het andere, of het niets. Andere kenmerkende eigenschappen zijn: (1) het verkrijgen van inzicht, kennis of waarheid (van een andere orde dan rationele kennis); (2) een gevoel van passiviteit, het ‘overkomt je’; (3) een gevoel van tijdloosheid; (4) de ervaring van het ontstijgen van het ik-bewustzijn boven het gewone, alledaagse ik; (5) en het gevoel van onuitsprekelijkheid; de ervaring is niet in (normale) woorden te vatten.

Volgens Meijer kunnen volgens deze definitie verschillende gedichten van Vasalis als mystiek beschouwd worden en zou de mystiek als interpretatiekader kunnen dienen voor haar gehele oeuvre. Interessanter dan hoe neerlandici en andere wetenschappers Vasalis interpreteren is hoe zij naar zichzelf keek. Uit de recent verschenen biografie, waarvoor de biografe toegang kreeg tot veel ongepubliceerd materiaal, blijkt dat Vasalis op latere leeftijd haar eigen ervaringen herkent in de klassieke mystici en deze ervaringen aanduidde als ‘mystieke gewaarwordingen.’  

Ik geef een voorbeeld van een van haar als mystiek te noemen gedichten. Daar ga ik geen ingewikkelde analyse op loslaten. Daar leent zo’n gedicht zich volgens mij helemaal niet voor. Die moeten gewoon gelezen worden.

M. Vasalis, Afsluitdijk. Uit: Parken en Woestijnen (1948)

Seculiere mystiek?

Eerder stelde ik de vraag: bestaat er zoiets als een seculiere mystiek? De term ‘seculier’ is een veelgebruikte term met een complexe (ideeën)geschiedenis. Ik gebruik ‘seculier’ hier in de ‘oorspronkelijke’ betekenis van het Latijnse woord saeculum, oftewel ‘wereldlijk of ‘in de wereld’. Dit ‘seculiere’ staat niet per definitie in oppositie met het ‘religieuze’. In de gedichten van Vasalis is sprake van een bepaalde vorm van immanente mystiek, waarbij de (natuurlijke) omgeving een grote rol speelt. Zonder dat die direct verwijst naar een soort transcendente (goddelijke) werkelijkheid. Mijn vermoeden is dat er bij de gedichten van Vasalis sprake is van een mystiek die zich richt op de immanentie, en daar misschien wel genoegen mee neemt. 

Uit de populariteit van haar gedichten moeten we misschien concluderen dat er nog best wat mystieke gevoeligheid is te vinden in een ‘geseculariseerd’ Nederland. Misschien dat lezers zich herkennen in deze areligieuze mystiek, misschien dat deze raakt aan hun eigen ervaringen.

Of we Vasalis nu kenmerken als seculiere mystica is uiteindelijk niet zo belangrijk. Overduidelijk is dat poëzie zich leent voor het onuitsprekelijke van de menselijke ervaring. Een ervaring die zich soms aan ons opdringt in al zijn tegenstrijdigheid, complexiteit en mysterie. Of die nou religieus of niet-religieus is/wordt geïnterpreteerd.

  • Bericht auteur:

Geef een antwoord