Mindfulness. Wie kent het niet? Wie doet het niet? Samen met yoga verliet deze meditatievorm het afgelopen decennium het zweverige geitenwollensokken-hokje. Mindfulness positioneerde zich als seculiere, wetenschappelijk bewezen methode om de mentale gezondheid op orde te houden; sport voor het brein waar de beoefenaar niets geks voor hoeft te geloven. Toch is niet iedereen even enthousiast over de gretigheid waarmee de moderne mens en wetenschap deze meditatievorm aangrijpen. Wat zijn hun bezwaren? Wat voor wereldbeeld gaat er schuil achter mindfulness? 

Een bewezen en seculiere meditatiemethode

Mindfulness is de 19e eeuwse Engelse vertaling van het onvertaalbare Pali-woord sati; een belangrijk begrip binnen de boeddhistische traditie. Over de betekenis van deze term binnen verschillende boeddhistische stromingen is een heleboel te zeggen, maar hier zullen we daar verder niet op ingaan. De moderne seculiere mindfulnesstraditie kent zijn oorsprong in de jaren ‘80 van de vorige eeuw. De Amerikaan Jon Kabat-Zinn ontwikkelde een neutrale en seculiere meditatiecursus om pijn en stress bij chronisch zieke patiënten tegen te gaan. Deze methode kwam bekend te staan onder de naam MBSR (mindfulness based stress reduction). Bijna alle moderne vormen van mindfulness zijn hier op een of andere manier van afgeleid. 

Mindfulness wordt zowel gebruikt als de benaming van een gewenste geestestoestand (state of mind), als voor de methode (meditaties, technieken) om die toestand te bereiken. Jon Kabat-Zin definieert mindfulness als: “het bewustzijn dat tot stand komt door op een bepaalde manier aandacht te hebben; bewust, in het moment, en zonder oordeel.” Mindfulness als methode bestaat vaak uit meditatieoefeningen waarbij de beoefenaar zich concentreert op de ademhaling, en zich bewust wordt van lichaam, gevoelens en gedachten. Gedachten en gevoelens moeten zonder oordeel geobserveerd worden. Daarna worden ze ‘losgelaten’ en wordt de aandacht naar (bijvoorbeeld) de ademhaling teruggebracht. 

Wetenschappers op het gebied van de psychologie en neurowetenschappen hebben veel onderzoek gedaan naar MBSR, en andere afgeleide vormen van ‘seculiere’ mindfulness. De wetenschappelijke consensus is duidelijk: mindfulness werkt! Het kan stress verminderen, de concentratie en productiviteit verbeteren, helpen bij het voorkomen en verminderen van depressies en angststoornissen, en verhoogt de kwaliteit van leven. Geen wonder dat mindfulness in sneltreinvaart zijn weg vond naar scholen, bedrijven, gevangenissen, een keur aan meditatie-apps, het World Economic Forum te Davos en zelfs het Amerikaanse leger. 

McMindfulness

Dat klinkt allemaal heel goed; een seculiere meditatiemethode waarvan de positieve effecten zijn bewezen. Toch lieten begin van dit decennium ook een aantal kritische stemmen van zich horen. Voorbeelden hiervan zijn Ron Purser en David Loy. Loy, een professor in boeddhistische filosofie, en Purser, een professor in management (beiden zelf boeddhist), publiceerden verschillende artikelen en boeken waarin ze hun kritiek op moderne mindfulness uiten. Volgens hen is mindfulness helemaal niet zo neutraal. Ze spreken, met een schertsende verwijzing naar de bekende fastfoodgigant, van ‘McMindfulness’. 

Volgens Purser en Loy is mindfulness losgekoppeld van de religieuze bedding binnen de boeddhistische traditie, en dat is gevaarlijk. Seculiere mindfulness wordt gepresenteerd als een oplossing voor allerlei (dagelijkse) problemen. Een soort one-size-fits-all oplossing, waarbij de verantwoordelijkheid voor problemen bij het individu zelf komt te liggen.

Mindfulness stelt niet de vraag waar al die stress, angst en gevoelens van ongeluk nou eigenlijk vandaan komen. Verandering moet vanuit jezelf komen. Door mindfulness kun je je attitude ten opzichte van stress en andere gevoelens veranderen. Het gaat niet om de externe oorzaken, maar om de interne belevingswereld. Je kunt leren om op je gemak te zijn met dat wat er gebeurt door die dingen zonder oordeel te accepteren. Mindfulness legt daardoor de schuld van allerlei ‘lijden’ bij het individu in plaats van bij de mensen, bedrijven of economische/maatschappelijke systemen die dat ‘lijden’ veroorzaken. Geen wonder dat veel (multinationale) bedrijven gratis mindfulnesscursussen of abonnementen op mindfulness-apps aan hun werknemers aanbieden, zeggen Purser en Loy.  

De Amerikaanse boeddhistische monnik Bhikkhu Bodhi zei hierover: “zonder een stevige sociale kritiek kunnen boeddhistische praktijken gemakkelijk gebruikt worden om de status quo te rechtvaardigen en te stabiliseren; en daarmee [kunnen ze] consumentistisch kapitalisme versterken.”

Marx bekritiseerde de pacificerende kracht van religie met zijn overbekende term ‘opium van het volk.’ Door middel van, bijvoorbeeld, de hoop op een beloning in het hiernamaals, zouden gelovigen zich schikken in hun onderdrukte lot. Zou het kunnen dat mindfulness, met haar focus op oordeelloos in het moment leven, tegenwoordig eenzelfde in-slaap-sussende functie heeft? 

Hoe beïnvloedt mindfulness je wereldbeeld?

Voor mijn scriptie deed ik onderzoek naar de populaire mindfulness-app Headspace. Ik keek naar welk wereldbeeld er achter de meditaties schuilgaat. Wat zijn de impliciete en expliciete antwoorden op de ‘grote vragen van het leven’ volgens die meditaties? Ik moest natuurlijk concluderen dat ook in het geval van Headspace mindfulness allesbehalve een ‘neutrale’ methode is. Uit het onderzoek kwam een niet-systematisch, maar complex en moeilijk te duiden wereldbeeld naar voren met medicaliserende, boeddhistische, post-seculiere en neo-liberale karakteristieken. (Ja, een hele mond vol. Voor wie echt geïnteresseerd is; de scriptie is hier te lezen.) 

In het wereldbeeld van de mindfulness-app Headspace ligt de verantwoordelijkheid voor geluk en ongeluk bij het individu, is er weinig aandacht voor externe omstandigheden, en is er sprake van een radicale focus op het ‘nu’. (Zelfs in zo’n mate dat verhalen over jezelf en de wereld, voorkeuren, en een eigen identiteit moeten worden ‘losgelaten’). Het was niet moeilijk voor te stellen hoe dit wereldbeeld ervoor zou kunnen zorgen dat structurele oorzaken van stress en andere problemen niet hoeven worden aangepakt. Tegelijkertijd ken ik veel mensen in mijn omgeving die veel baat hebben gehad bij de Headspace app en mindfulness in het algemeen. Zij zijn ook zeker geen door ‘opium’ in een roes gebrachte onkritische volgzame schapen. Dus: heeft het wereldbeeld van ‘McMindfulness’ wel echt invloed op de beoefenaars van deze vorm van meditatie?   

Óf mindfulness werkt, en waarvoor, daar zijn al duizenden onderzoeken over gepubliceerd. Men begint ook wat onderzoek te doen naar de inhoud van mindfulness; naar de subjectieve waarden en ideeën die de meditaties bevatten. Nu is het hoog tijd dat we gaan onderzoeken hoe, en op welke manier, mindfulness ons denken verandert. Zijn mindfulnessbeoefenaars meer gericht op het individu? Hebben ze minder snel oog voor de systematische oorzaken achter hedendaagse problemen? Zijn ze meer of juist minder politiek geëngageerd? Functioneert mindfulness inderdaad als de nieuwe opium van het volk? Het is hoog tijd dat wetenschappers gaan proberen deze vragen te beantwoorden.