Wat zou er gebeuren als we zouden accepteren dat Europa sterft? Dat het gebeurd is. Dat het gedaan is. Zoals alle machten en rijken van de geschiedenis ooit ophielden te bestaan – of in ieder geval ophielden te bestaan zoals ze eerder hadden bestaan – zo zal ook Europa ophouden te bestaan. De vraag is of dat erg is…

Europa mag niet dood?

Europa was altijd al het oude continent (en daarmee dus ook al een beetje stervende), maar de laatste jaren lijkt het idee dat Europa stervende is steeds meer aan populariteit te winnen. Brexit, de EU, ‘immigratiegolven’, veranderende normen en waarden. Van alles wordt er bijgehaald door voornamelijk conservatieve en rechtse politici en denkers. Zo publiceerde de neoconservatieve schrijver en politiekcommentator Douglas Murray twee jaar geleden zijn boek The Strange Death of Europe: Immigration, Identity, Islam waarin hij een zeer negatief beeld schetst van een stervend Europa veroorzaakt door een gebrek aan identiteit, tegenvallende geboortecijfers en immigratie. In de literatuur speelt het failliet van ‘het Westen’ een grote rol in het werk van Michel Houellebecq. 

Vaak gaan dit soort schrikbeelden gepaard met urgente en hoogdravende oproepen om het tij te keren. Europa mag niet dood! Tijd voor een nieuwe renaissance! Terug naar zoals het vroeger was in gouden tijden! Hetzelfde adagio klinkt als het gaat om economische achteruitgang. Het gaat allemaal slechter. Het wordt allemaal minder. Maar we moeten weer gaan groeien. We moeten weer vooruit. Meer banen! Loonsverhoging! Meer huizen! Groei a.u.b. 

Zijn onze pogingen om (weer) ‘groots’ te worden, zowel van de rechter- als linkerzijde van het politieke spectrum, misschien eigenlijk symptomen van ons onvermogen om toe te geven dat we ouder worden? 

Een nieuwe gezamenlijke identiteit 

Enfin, mijn punt is hier niet dat Europa inderdaad ten einde is gekomen. Europa is nogal groot en uitspraken over zo’n divers gebied slaan bijna altijd de plank mis. Het is niet mijn bedoeling om hier aan te geven of er daadwerkelijk sprake is van achteruitgang en neergang van de Europese Unie, of van West-Europa of Nederland (om eens wat minder grote entiteiten te noemen). Waar ik daarentegen wel graag op zou willen wijzen is het feit dat dit onvermijdelijk zal gaan gebeuren. De enige zekerheid van het individu is dat die zal sterven. Voor het collectief geldt hetzelfde. De wereldgeschiedenis lijkt één enkele zekerheid te kennen; ieder rijk, ieder cultuurgebied, ieder land komt op een gegeven moment ten einde. Op een gegeven moment is het voorbij. 

In plaats van neurotisch te proberen het verleden terug te brengen (wat niet kan), of krampachtig te proberen ‘gewoon’ maar door te gaan, ‘het vaasje’ vast te houden, te roepen dat alles beter kan en moet, of te verzinken in nihilistisch consumentisme a lá ‘na ons de zondvloed’, misschien zouden we in plaats van dat alles onze sterfelijkheid moeten accepteren. Accepteren dat het (op een gegeven moment) niet beter wordt, maar minder. Juist in dat accepteren zou wel eens de sleutel kunnen liggen tot het hervinden van een identiteit. 

Juist een acceptatie van onze vergankelijkheid als natie of cultuurgebied biedt ruimte voor een hoopvolle, realistische en toekomstgerichte visie. Een nieuw gezamenlijk verhaal en een doel: waardig ouder worden. Onze tijd is geweest. De nieuwe machten van morgen zijn al opgestaan. Nu is het hun tijd. Het eerste ‘rijk’ dat ten onder gaat zullen we niet zijn, maar laten we dan wel het eerste ‘rijk’ zijn dat zijn ondergang accepteert en tot een goed einde brengt. 

Nadenken over het collectieve einde

Bij mensen weet iedereen hoeveel waarde het kan hebben om in de herfst van het leven het ouder worden te leren accepteren. Er zijn ook genoeg voorbeelden te verzinnen van hoe problematisch het kan zijn om te vechten tegen dat ouder worden. Denk maar aan de midlifecrises, ouderen die hulp en zorg weigeren, botox en plastische chirurgie, groot onbehagen bij veranderingen, ongezonde nostalgie, zelfverwaarlozing. Het is ook niet makkelijk; ouder worden. Het is een hele kunst. Een stervenskunst. Wat betekent het om goed ouder te worden? Wat ga je doen als je ouder wordt? Misschien schrijf je een testament, je denkt na over wat je belangrijk vindt, wat je wil blijven doen, wat je misschien moet opgeven, wat niet meer gaat, je denkt na over hoe je het einde voor je ziet. 

Wat het betekent om op een goede manier oud te worden, en uiteindelijk te sterven, daar is al een heleboel over nagedacht en geschreven. Hierbij valt te denken aan de Romeinse politicus en filosoof Cicero in de eerste eeuw voor Christus, die in De Senectute schreef over de kunst van het ouder worden, of het middeleeuwse genre van de ars moriendi (stervenskunst), maar ook aan de bekende Franse existentialist Simone de Beauvoir, die in La Vieilesse een antwoord probeerde te geven op de vraag wat ouderdom en ouder worden nou precies betekent. Echter; over wat het betekent om als collectief ouder te worden, over de eindigheid van een natie, en het ‘sterven’ van een cultuurgebied, lijkt bar weinig te zijn nagedacht. Vooral als het gaat om hoe dat ouder worden dan op een goede manier kan; hoe dat in goede banen te leiden? 

Veel ouderen komen op het eind van hun leven tot de conclusie dat ze meer tijd hadden willen besteden aan hun kinderen of vrienden en familie. Wat vinden wij, als collectief, belangrijk? Waar willen wij mee bezig gaan in deze laatste periode? En als we als land of regio minder te besteden krijgen, waar willen we het dan aan besteden? Wat willen we behouden en vinden we echt belangrijk? En – nog belangrijker in het kader van neergang – waar willen we op inleveren?

Natuurlijk zal het allemaal zo’n gigantische vaart niet lopen met de ondergang van Europa, Nederland of ‘het Westen’. (Misschien ook wel.) In ieder geval lijkt het me hoog tijd dat er eens door denkers van allerlei pluimage goed wordt nagedacht over het ouder worden als collectief, en hoe we dat met z’n allen het liefste voorstellen. Oftewel: op weg naar een einde!