Abu Khalil – Dwaalgeest https://dwaalgeest.nl Blog over religie, filosofie en maatschappij Sun, 26 Dec 2021 18:45:38 +0000 nl hourly 1 https://wordpress.org/?v=5.8.2 https://dwaalgeest.nl/wp-content/uploads/2020/12/cropped-dwaalgeestlogorond-zonder-randen-bijgewerkt-32x32.png Abu Khalil – Dwaalgeest https://dwaalgeest.nl 32 32 168529507 Verzet en verandering: een schets van een multidimensionale politieke beweging https://dwaalgeest.nl/verzet-en-verandering-een-schets-van-een-multidimensionale-politiek-beweging/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=verzet-en-verandering-een-schets-van-een-multidimensionale-politiek-beweging Sun, 26 Dec 2021 18:30:00 +0000 https://dwaalgeest.nl/?p=2564 Is er nog een plek voor (inter)nationale partijpolitiek of kan verandering alleen nog maar komen van de ‘bottom up?’ Dit is een poging om mijn interesse in anarchistische bewegingen, islamisme, en de noodzaak van parlementaire partijpolitiek bij elkaar te brengen. Als we een systeemverandering willen, hoe komen we daar dan?

The post Verzet en verandering: een schets van een multidimensionale politieke beweging appeared first on Dwaalgeest.

]]>
Soms hoop je, soms droom je. Misschien vooral vanuit wanhoop, maar daar is niets mis mee. Ik fantaseer soms over  hoe het beter kan. Wie niet? Ik verlang soms terug naar de Europese hoogtijdagen van de sociaaldemocratie; een verenigde linkse politieke beweging, voor en door arbeiders (of werknemers, als we een wat minder ouderwets woord willen gebruiken.)

Is er nog een plek voor (inter)nationale partijpolitiek of kan verandering alleen nog maar komen van de ‘bottom up?’ Dit is een poging om mijn interesse in anarchistische bewegingen, islamisme, en de noodzaak van parlementaire partijpolitiek bij elkaar te brengen. Als we een systeemverandering willen, hoe komen we daar dan?

Dit is geen schets van een partijprogramma of een politiek manifest, maar vooral een mijmering over ‘het hoe’, over de weg náár verandering, niet over die verandering zelf. Maar toch, in het kort, in het kader van de eigen positionering, waar ik van droom: een sociaal systeem dat recht doet aan mens en aarde gebaseerd op het idee van ‘ontgroeien.’ Een systeem van minder, maar zonder ten koste te gaan van zij die het nu ‘minder hebben’.

Opnieuw beginnen

‘Politieke partijen beloven altijd van alles, maar ze maken er niets van waar!’ Het is een vaak gehoorde verzuchting als het weer eens tijd is om naar de stembussen te gaan. En ‘niets’ is wel heel weinig, maar inderdaad, vaak is het niet veel. In een coalitie-land als Nederland gaan veel van de oorspronkelijke beloften en idealen verloren tijdens het politieke ‘spel’. Maar ook bij een tweepartijenstelsel, of bij het behalen van een absolute meerderheid kan het zijn dat er maar weinig wordt waargemaakt. Want er zijn ook nog socio-politieke belangen van internationale verbanden en organisaties, en nog veel belangrijker natuurlijk; economische belangen van bedrijven, multinationals en andere landen. 

Begin er maar eens aan! Wat blijft er over van een heleboel hoogdravende idealen als de verkondigers daarvan eenmaal in het centrum van de macht zitten? Is er dan helemaal geen tussenvorm mogelijk tussen een getuigenispartij en een bestuurspartij? Is het dan echt een keuze tussen vasthouden aan je idealen, en daarmee altijd in de marge blijven, of pragmatisch je ‘ideële’ ziel verkopen om groot genoeg te worden om de macht te pakken?

En wat als je er van overtuigd bent dat het hele systeem verrot is? Ingericht op geld en macht, met oneindige groei als doel? Wat moet je dan doen? Als je overtuigd bent van een verrot systeem, dan moet je gewoon helemaal opnieuw beginnen. En bij precies die conclusie vinden een heleboel radicale (daarmee bedoel ik ‘de wortel aanpakkende’) bewegingen hun oorsprong. Maarja, hoe begin je helemaal opnieuw?

Grofweg zijn er twee manieren: (1) (gewelddadige) revolutie, of (2) geleidelijke verandering. Het schoolvoorbeeld voor een systeemveranderende beweging op basis van revolutie is het communisme. Tijdens een revolutionaire gebeurtenis neemt het proletariaat (eventueel met geweld) de macht over om een nieuw systeem te creëren, en het proletariaat (eventueel in de vorm van de communistische partij) neemt het geweldsmonopolie van de staat over om die systeemverandering in goede banen te leiden. Het kan zijn dat er vormen van dwang nodig zijn om dat nieuwe systeem te creëren dan wel in stand te houden.

Het anarchisme, daarentegen, met zijn afkeer van autoriteit en vooral van onvrijwillige vormen van hiërarchie, heeft over het algemeen meer moeite met zo’n aanpak. Een goed voorbeeld van een systeemverandering door middel van geleidelijke verandering is het anarchisme op basis van evolutionaire tactieken. Dit type vormt de hedendaagse hoofdstroom binnen het anarchisme. (Het anarchisme kent, net als het communisme, natuurlijk veel verscheidenheid.) ‘Evolutionair anarchisme’ probeert de door haar beoogde systeemverandering te bereiken door een beweging van onderop te creëren. Hiervoor maakt ze gebruik van ‘directe actie’ (stakingen, demonstraties, blokkades, etc.), maar meer nog door middel van het creëren van parallelle systemen en sociale structuren. Een goed voorbeeld van een combinatie van die twee is bijvoorbeeld het kraken van een leegstaand gebouw en daar een gemeenschappelijke woonvorm beginnen. Het idee van ‘evolutionair anarchisme’ is dat deze parallelle structuren geleidelijk zullen groeien, de idealen door steeds meer mensen omarmt zullen worden, en zo de systeemverandering een feit wordt. 

Verandering van onderaf

Het idee van ‘evolutionair anarchisme’ spreekt me aan. Het is geweldloos en concreet, het geeft handen en voeten aan theoretische idealen. Het gaat om een vorm van verzet die niet alleen maar ‘nee!’ zegt, niet alleen maar tegen is, maar zelf alvast begint aan een alternatief. Op een bepaalde manier is het ook een zeer realistische kijk op verandering. Die moet namelijk organisch zijn, en vooral doorleefd, en dat gaat niet vanzelf, maar kost tijd. Een verandering in denken bereik je door een verandering in handelen, en een verandering in denken bereik je door het veranderen van je handelen. Op een bepaalde manier klinkt hier het welbekende ‘verander de wereld, begin bij jezelf,’ maar dan iets minder individualistisch. De verandering begint niet bij jezelf, maar bij het kleine collectief, de concrete lokale gemeenschap.  

Helaas is het niet al goud wat blinkt bij deze benadering van verzet en verandering. Verandering van onderaf is natuurlijk een mooi ideaal, maar hoe lang mag het allemaal gaan duren? Je hoeft Youtube maar te openen en je ziet een keur aan mensen, gezinnen en gemeenschappen die het ‘anders doen.’ Minimalistisch leven, permacultuur, ecodorpen, tiny-house gemeenschappen. Alternatieve vormen van samenleven zijn er al decennia, maar het neoliberale systeem consolideert zich meer en meer. Uiteindelijk zijn ‘grassroot’ initiatieven vooral voor mensen die weinig te verliezen hebben en een zekere mate van privilege genieten. En het risico is natuurlijk dat je eigen alternatieve structuren wel heel comfortabel worden; de wereld staat in brand, maar ons eigen clubje doet het goed en heeft het goed. 

(Inter)nationale politiek heeft invloed

Dat is voor mij de reden dat er een noodzaak is en blijft voor parlementaire partijpolitiek. De realiteit is dat politiek binnen het huidige systeem een concrete invloed heeft op levens. En vooral op de levens van hen die het meest onder dat systeem lijden en er het minste vertrouwen in hebben dat het systeem nog iets voor hen kan betekenen. Voor de elite mag politiek dan een ‘esthetische kwestie’ zijn, voor de ‘onderklassen’ is het dat zeker niet. Zoals de schrijver Eduard Louis in zijn politieke roman ‘Wie heeft mijn vader vermoord?’ laat zien is het soms letterlijk een kwestie van leven of dood. Een paar tientjes korten op een uitkering, is het verschil tussen een medicijn wel of niet kunnen kopen. Politieke beslissingen hebben levensveranderende potentie. Binnen het huidige systeem en het huidige politieke klimaat worden de levens van veel economisch kwetsbaren in negatief opzicht veranderd, maar dat kan ook anders. Mijn punt is hier dat beter, al is het maar een beetje, binnen het systeem, daadwerkelijk beter is, ook al is het systeem verrot. Maar binnen het systeem opereren betekent je handen vuil maken, en dat wordt je (electoraal) niet altijd in dank afgenomen. 

De islamistische synthese

Nu is de vraag, mijn vraag in ieder geval, of en hoe deze twee politieke benaderingen (van ‘onderaf’ en van ‘bovenaf’) te combineren zijn. En hier belanden we bij de Moslimbroederschap, omdat die mij doet vermoeden dat een geloofwaardige combinatie van deze twee wel degelijk mogelijk is. 

De Moslimbroederschap is een islamitische politieke beweging die in 1928 door Hassan Al Banna werd opgericht. Het doel van de beweging is het creëren van een islamitische staat op basis van islamitische wetgeving. Het doelstelling van de beweging is in dit geval niet van belang, maar de methode wel. (Wat nu volgt is een versimpeling van de werkelijkheid: de Moslimbroederschap is een complexe organisatie met een lange geschiedenis en diverse subgroepen en ideeën.) De moslimbroeders spelen hun politieke spel op meerdere dimensies, en proberen hun beweging van beneden naar boven op te bouwen. Door het oprichten van scholen, ziekenhuizen en ondernemingen proberen ze de samenleving van onderaf te islamiseren. En door middel van deze scholen, moskeeën en goededoelenorganisaties wordt ook gebouwd aan een parallelle alternatieve samenleving. Een staat besturen op basis van islamitische wetgeving zal, volgens hen, alleen maar lukken als genoeg mensen het belang van die wetgeving begrijpen. Maar naast de politiek van onderop, probeert de Moslimbroederschap binnen de politieke systemen van de landen waarin ze opereert aan verandering te werken. Soms als een politieke partij binnen een parlementair systeem.

In veel landen in het Midden Oosten was en is de Moslimbroederschap een verboden beweging. Na de revoluties van de Arabische Lente veranderde dat (kort). Het verbod op de organisatie in Egypte en Tunesië werd bijvoorbeeld opgeheven. En wat bleek? Zij waren de enige die een duidelijk alternatief systeem hadden klaarliggen. In veel landen wonnen ze de verkiezingen. In zowel Egypte als Tunesië moesten de moslimbroeders hun net gewonnen macht ook weer opgeven. (In Egypte ging dat wat minder gemakkelijk en gewillig dan in Tunesië.) Maarja, wat is tien jaar op de honderd jaar dat de beweging bestaat? En eigenlijk; wat is tien jaar als het gaat om de eeuwigheid? De politiek van de Moslimbroederschap is een religieuze politiek, en daarmee ook een hoopvolle politiek. Er is een stip op de horizon, wanneer die bereikt wordt is niet bekent, maar er wordt langzaam naartoe gewerkt, binnen en buiten het systeem. Volgens mij is deze ‘religieuze’ notie van groot belang bij het combineren van de twee politieke benaderingen binnen één beweging. 

Niet meedoen, en toch meedoen

Dus waar droom ik van, waar hoop ik op? Een combinatie van deze twee politieke benaderingen binnen een linkse beweging. Een beweging die verschillen niet uit de weg gaat, of probeert glad te strijken, maar wel overkoepelt. Een beweging van onderaf, die met lokale praktische initiatieven werkt aan alternatieve maatschappelijke en sociale, misschien zelfs economische structuren. Een beweging die begrijpt dat duurzame verandering ook verandering van denken inhoudt, een mentaliteitsverandering. En een beweging die tegelijkertijd actief is in de (inter)nationale partijpolitiek en daar haar handen vuil maakt, pragmatisch te werk moet gaan, maar wel met dat ideale doel voor ogen. En volgens mij kan dat prima zonder daar politiek voor afgerekend te worden. Volgens mij begrijpen kiezers hartstikke goed dat je soms moet inleveren, en niet alles direct kan waarmaken. Zolang je daar maar open en eerlijk over bent. Zolang de beweging en de kiezer de stip op de horizon voor ogen houden. Zo’n combinatie tussen pragma en ideaal, tussen theorie en praktijk; hoe zou dat eruit zien? Ik zou er graag over nadenken. En zou een seculiere linkse politieke beweging ook die religieuze notie kunnen hebben, zoals de Moslimbroederschap die heeft? Ik vraag het me af… Ergens vermoed ik dat die notie wel eens de sleutel zou kunnen zijn tot het succesvol combineren van deze twee politieke benaderingen. 

The post Verzet en verandering: een schets van een multidimensionale politieke beweging appeared first on Dwaalgeest.

]]>
2564
Vasalis als seculiere mystica? — poëzie en de mystieke ervaring https://dwaalgeest.nl/vasalis-als-seculiere-mystica-poezie-en-de-mystieke-ervaring/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=vasalis-als-seculiere-mystica-poezie-en-de-mystieke-ervaring https://dwaalgeest.nl/vasalis-als-seculiere-mystica-poezie-en-de-mystieke-ervaring/#respond Sun, 09 May 2021 11:53:29 +0000 https://dwaalgeest.nl/?p=2488 Waar hebben mensen het over als ze het woord 'mystiek' in de mond nemen? Aan de hand van de bekende Nederlandse dichter M. Vasalis (1909-1998) hoop ik een tipje van de mistsluier op te lichten en probeer ik de vraag te beantwoorden: bestaat er ook zoiets als een seculiere mystiek?

The post Vasalis als seculiere mystica? — poëzie en de mystieke ervaring appeared first on Dwaalgeest.

]]>
Als ik een verzameling vage begrippen zou aanleggen dan zou ‘mystiek’ daar zeker een plekje in krijgen. Want waar hebben mensen het in hemelsnaam over als ze dat woord in de mond nemen? Het woord roept allerlei associaties op; zweverig, religieus, spiritueel, hoogdravend, mysterieus (hé, weer die mist…) Aan de hand van de bekende Nederlandse dichter M. Vasalis (1909-1998) hoop ik een tipje van de mistsluier op te lichten en probeer ik de vraag te beantwoorden: bestaat er ook zoiets als een seculiere mystiek?

De poëzie van Vasalis

Dit wordt geen lange academische verhandeling over wat mystiek precies is, maar wel een verkenning van dat begrip aan de hand van een van Nederlands meest geliefde dichters, M. Vasalis. Vasalis (pseudoniem van Margaretha Droogleever Fortuyn-Leenmans) debuteerde in 1940 met haar bundel Parken en Woestijnen. Gedurende haar leven schreef ze nog een paar andere bundels, maar haar oeuvre bleef klein. Vasalis werkte als arts en kinderpsychiater en leidde een teruggetrokken bestaan in Roden, een dorp in de buurt van Groningen; ze gaf geen interviews, maar was wel op afstand betrokken bij de Nederlandse literaire wereld. Ondanks (of misschien juist vanwege) het feit dat Vasalis traditionele gedichten schreef terwijl op dat moment de nieuwe literaire beweging de Vijftigers de poëzie opschudde werd ze een veelgelezen dichter. Haar werk werd bekroond met verschillende prijzen.

Bij mystiek moeten we misschien denken aan de middeleeuwse christelijke mystici zoals Johannes van het Kruis, Hadewijch of Meester Eckhart. Zij schreven over bijzondere ervaringen van eenwording of ontmoeting met God of Christus, of over visioenen of momenten van inzicht. Dit zijn vormen van klassieke religieuze mystiek. Misschien denken we bij mystiek ook wel aan allerlei vage vormen van collectieve trances of door geestverruimende middelen opgeroepen hallucinaties. In dit kader schrijft William Harmless in zijn werk ‘Mystics’ dat mystiek in populair taalgebruik soms ‘een verzamelterm wordt voor religieuze gekkigheid.’

Definiëren van mystiek

Volgens de Nederlandse literatuurwetenschapper Maaike Meijer worden de gedichten van Vasalis gekenmerkt door elementen die traditioneel gezien tot de mystiek gerekend kunnen worden. Hiervoor gebruikt ze de definitie van mystiek van Cees van de Watering die mystiek literair benadert: mystiek uit zich immers traditioneel altijd in geschrift.

De mystieke ervaring is volgens hem een bewustzijnstoestand met een aantal kenmerkende eigenschappen. De belangrijkste hiervan is het ervaren van eenheid of eenwording van subject en object. Dat object kan, afhankelijk van de culturele/levensbeschouwelijke context door het subject op verschillende manieren worden ervaren. Bijvoorbeeld als een persoonlijke God, het onpersoonlijk goddelijke, het levensbeginsel, het universum, de natuur, het diepste zelf, het andere, of het niets. Andere kenmerkende eigenschappen zijn: (1) het verkrijgen van inzicht, kennis of waarheid (van een andere orde dan rationele kennis); (2) een gevoel van passiviteit, het ‘overkomt je’; (3) een gevoel van tijdloosheid; (4) de ervaring van het ontstijgen van het ik-bewustzijn boven het gewone, alledaagse ik; (5) en het gevoel van onuitsprekelijkheid; de ervaring is niet in (normale) woorden te vatten.

Volgens Meijer kunnen volgens deze definitie verschillende gedichten van Vasalis als mystiek beschouwd worden en zou de mystiek als interpretatiekader kunnen dienen voor haar gehele oeuvre. Interessanter dan hoe neerlandici en andere wetenschappers Vasalis interpreteren is hoe zij naar zichzelf keek. Uit de recent verschenen biografie, waarvoor de biografe toegang kreeg tot veel ongepubliceerd materiaal, blijkt dat Vasalis op latere leeftijd haar eigen ervaringen herkent in de klassieke mystici en deze ervaringen aanduidde als ‘mystieke gewaarwordingen.’  

Ik geef een voorbeeld van een van haar als mystiek te noemen gedichten. Daar ga ik geen ingewikkelde analyse op loslaten. Daar leent zo’n gedicht zich volgens mij helemaal niet voor. Die moeten gewoon gelezen worden.

M. Vasalis, Afsluitdijk. Uit: Parken en Woestijnen (1948)

Seculiere mystiek?

Eerder stelde ik de vraag: bestaat er zoiets als een seculiere mystiek? De term ‘seculier’ is een veelgebruikte term met een complexe (ideeën)geschiedenis. Ik gebruik ‘seculier’ hier in de ‘oorspronkelijke’ betekenis van het Latijnse woord saeculum, oftewel ‘wereldlijk of ‘in de wereld’. Dit ‘seculiere’ staat niet per definitie in oppositie met het ‘religieuze’. In de gedichten van Vasalis is sprake van een bepaalde vorm van immanente mystiek, waarbij de (natuurlijke) omgeving een grote rol speelt. Zonder dat die direct verwijst naar een soort transcendente (goddelijke) werkelijkheid. Mijn vermoeden is dat er bij de gedichten van Vasalis sprake is van een mystiek die zich richt op de immanentie, en daar misschien wel genoegen mee neemt. 

Uit de populariteit van haar gedichten moeten we misschien concluderen dat er nog best wat mystieke gevoeligheid is te vinden in een ‘geseculariseerd’ Nederland. Misschien dat lezers zich herkennen in deze areligieuze mystiek, misschien dat deze raakt aan hun eigen ervaringen.

Of we Vasalis nu kenmerken als seculiere mystica is uiteindelijk niet zo belangrijk. Overduidelijk is dat poëzie zich leent voor het onuitsprekelijke van de menselijke ervaring. Een ervaring die zich soms aan ons opdringt in al zijn tegenstrijdigheid, complexiteit en mysterie. Of die nou religieus of niet-religieus is/wordt geïnterpreteerd.

The post Vasalis als seculiere mystica? — poëzie en de mystieke ervaring appeared first on Dwaalgeest.

]]>
https://dwaalgeest.nl/vasalis-als-seculiere-mystica-poezie-en-de-mystieke-ervaring/feed/ 0 2488
Het probleem met ‘de islamist’ (en salafist, Moslimbroeder, etc.) https://dwaalgeest.nl/het-probleem-met-de-islamist-en-salafist-moslimbroeder-etc/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=het-probleem-met-de-islamist-en-salafist-moslimbroeder-etc Sun, 28 Mar 2021 09:27:36 +0000 https://dwaalgeest.nl/?p=2443 In het maatschappelijk discours omtrent de islam zijn we termen gaan gebruiken die geen nut meer dienen. Als de conclusie luidt: politieke islam/salafisme/islamisme/Moslimbroederschap (streep door wat niet van toepassing is), dan is de discussie afgelopen. Deze wens tot determineren en daarmee afserveren lijkt een breder fenomeen te worden in het Nederlandse maatschappelijk discours.

The post Het probleem met ‘de islamist’ (en salafist, Moslimbroeder, etc.) appeared first on Dwaalgeest.

]]>
De Moslimbroederschap, islamisten, salafisten, extreme moslims, fundamentalistische moslims… In het maatschappelijk discours omtrent de islam zijn we termen gaan gebruiken die geen nut meer dienen. Misschien zijn we ze gaan gebruiken om complexe materie te vergemakkelijken. Misschien vanwege een wens om groepen op te delen in ‘goed’ en ‘slecht’, maar deze versimpelde indelingen zijn problematisch. Als de conclusie luidt: politieke islam/salafisme/islamisme/Moslimbroederschap (streep door wat niet van toepassing is), dan is de discussie afgelopen. Deze wens tot determineren en daarmee afserveren lijkt een breder fenomeen te worden in het Nederlandse maatschappelijk discours. 

Moslimbroederschap = fout

Een aantal maanden geleden toen de kieslijsten voor de Tweede Kamerverkiezingen werden gepresenteerd ontstond er ophef (de favoriete hobby van door-twitter-gestuurd journalistiek Nederland) over Kauthar Bouchallikht, de nummer 9 op de lijst van Groenlinks. Bouchallikht is moslima en bleek een aantal jaren actief te zijn geweest bij een Europese islamitische jongerenorganisatie met de naam FEMYSO (Forum voor Europese Islamitische Jeugd- en Studentenorganisaties). Deze organisatie zou misschien gelinkt zijn aan de Moslimbroederschap.

Even zonder in te gaan op de discussie of dit daadwerkelijk zo is, wil ik de aandacht richten op het volgende feit. Ondanks dat deze ophef constant in het nieuws was, ging het nauwelijks over wat ‘de Moslimbroederschap’ is. En dat is opvallend, want het lijkt me voorbarig aan te nemen dat de meerderheid van de Nederlanders weet heeft van een zeer complexe ‘organisatie’ als de Moslimbroederschap. Het is ook nogal wiedes dat de gemiddelde Nederlander daar geen verstand van heeft, want de Moslimbroederschap en de organisatie van de Moslimbroederschap met al zijn mogelijke subgroepen en afdelingen is ook heel complex. Ik plaats ‘de Moslimbroederschap’ hier dan ook een aantal keren tussen aanhalingstekens, omdat het maar de vraag is of we kunnen spreken van één centraal gestuurde organisatie. In ieder geval; de Moslimbroederschap is zeer complex en divers (conservatief, dat wel, maar daarmee is nog heel weinig gezegd.) Maar in het journalistieke discours omtrent Bouchallikht horen we eigenlijk alleen maar: Moslimbroederschap = fout. Sterker nog; dat wordt vaak niet zo expliciet gezegd, maar is constant de impliciete vooronderstelling.  

Wie is er salafist?

Een ander voorbeeld van simplistisch taalgebruik rondom islamitische groeperingen is het discours rondom het salafisme. Als voorbeeld neem ik Ahmed Marcouch, burgemeester van Arnhem, maar deze manier van over het salafisme spreken komt veel vaker voor. Marcouch presenteert zich als een fel tegenstander van ‘het salafisme’ (opnieuw plaats ik deze term even tussen aanhalingstekens om redenen waar ik zo nog op terugkom.) Volgens Marcouch is het salafisme ‘een ideologie, ver weg van religie.’ Naar aanleiding van de onthoofding van Samuel Paty in Frankrijk en de bedreiging van een docent in Nederland schreef hij bijvoorbeeld: “Stop de lelijke salafistische gifzaaiers met hun organisaties, schooltjes en media die onze moslimmeisjes en jongens ophitsen, zo erg dat zij in een schoollokaal een spotprent ‘van horen zeggen’ op komen eisen en onze docenten dwingen tot onderduik.” Marcouch is voorstander van een verbod op salafistische organisaties.

Maar hier komt weer de vraag: over wie hebben we het eigenlijk? Wat is dan dat ‘salafisme’? Zijn er moslims die zichzelf als salafist zien? Jazeker. Zijn er moslims die zichzelf niet als salafist zien, maar door (religie)wetenschappers wel in deze categorie worden ingedeeld? Ja, die zijn er ook. Op het moment dat je salafistische organisaties zou verbieden, gebruiken die organisaties wel een andere naam. Ja okay, maar het gaat om het gedachtegoed, stellen voorstanders van zo’n gebod dan. Maar welk gedachtengoed? Het gedachtegoed van ‘zij die de salaf (de eerste generaties moslims) willen (na)volgen’ (een mogelijke definitie van salafisme) ? Gedachtegoed dat gebaseerd is op het denken van Ibn Taymiyyah, Jamal al-Din al-Afhani of Rida (denkers die in verband worden gebracht met het salafisme) ? Bij een verbod op ‘salafisme’ zou de overheid opeens theologie moeten gaan bedrijven, iets wat fundamenteel ingaat tegen de scheiding van kerk en staat. 

Waar ik opnieuw op wil wijzen is de simpele gelijkstelling van salafisme en ‘fout’ in het maatschappelijke discours, terwijl de term salafisme zo vaag wordt gebruikt dat niet precies duidelijk is waar dit naar verwijst. Opmerkelijk dat juist een andere bekende Nederlandse burgemeester, Ahmed Aboutaleb, de term ‘salafisme’ problematiseerde door zichzelf een salafist te noemen. Het was een wat simplistisch statement, maar liet toch op een ludieke manier zien dat het niet zo duidelijk is was het salafisme precies is. 

Natuurlijk, het salafisme bestaat. Het bestaat als een (religie)wetenschappelijke categorie, en als islamitische stroming die zichzelf zo identificeert, die deels overlappen. Maar het is geen duidelijke in zichzelf bestaande categorie. (En dan hebben we het nog niet eens over de door buitenstaanders opgelegde onderscheidingen binnen het salafisme tussen ‘puristen’, ‘activisten’ en ‘jihadisten.’) 

Politieke islam…? Wat voor politieke islam!?

Als derde voorbeeld neem ik de term ‘islamisme’. Deze term komt voort vanuit een onderscheid tussen een puur religieuze ‘islam’ (die vaak positief geëvalueerd wordt) en een puur politiek/ ideologisch ‘islamisme’ (dat dan vaak gezien wordt als iets slechts, stars en akeligs). Dit discours kenmerkt zich door wanhopige oproepen dat we moeten oppassen voor ‘de politieke islam’. Hier is opnieuw de simpele veronderstelling ‘politieke islam is fout’ te zien. Want, om wat voor politieke islam gaat het eigenlijk? Mag je als religieus persoon religieus-geïnspireerde politiek bedrijven? Mag je er van overtuigd zijn dat jouw religie bepaalde ideeën heeft over hoe de samenleving het best zou kunnen worden ingericht? Ja natuurlijk mag dat, maar laten we het dan over die ideeën hebben. 

Door zo’n simpele gelijkstelling als ‘politieke islam is fout’, kan het idee worden gecreëerd dat moslims geen politiek op religieuze basis zouden mogen bedrijven. Dat zij van dat ‘recht’ uitgezonderd zijn. Terwijl dat natuurlijk helemaal niet het geval is zolang men (zoals iedereen dat moet) binnen de grenzen van de democratische rechtsstaat blijft opereren.    

Heb je op de islam gebaseerde politieke of maatschappelijke ideeën? Okay! Vaak zien we dat het gesprek daar eindigt, terwijl het gesprek hier eigenlijk zou moeten beginnen. Laten we over de inhoud praten, en niet de suggestie wekken dat islamitisch geïnspireerde politiek per definitie de grenzen van de democratisch rechtstaat overschrijdt. Natuurlijk, wel zonder naïef te zijn, want bepaalde ideeën doen dat wel. 

Een gesprek op inhoud: wees concreet!

De termen die we gebruiken in het politieke en maatschappelijke discours rondom de islam zijn vaag en willekeurig, trekken arbitraire grenzen tussen groepen, komen niet altijd overeen met de zelfidentificatie van de mensen waar het over gaat, zijn vaak essentialistisch, en het allerbelangrijkste: ze dragen niet bij aan een goed maatschappelijk gesprek. Het maatschappelijke en politieke gesprek met en over moslims heeft behoefte aan een discussie op inhoud. Laten we discussiëren over concrete (politieke) ideeën, standpunten, daden en gedragingen. En eigenlijk geldt dit verhaal voor het gehele maatschappelijke ‘debat’, waar mensen en groepen met één enkele (groeps)identificatie – woke, (extreem)rechts, fascist, snowflake, etc. – worden weggezet, zonder naar de concrete ideeën en daden te kijken. Maatschappelijke discussies zouden gevoerd moeten worden op de inhoud. Oftewel, wees concreet en discussieer over standpunten, niet over naampjes, zondebokjes en boemannen. 

The post Het probleem met ‘de islamist’ (en salafist, Moslimbroeder, etc.) appeared first on Dwaalgeest.

]]>
2443
Zelf doen – een requiem voor de kassamedewerker https://dwaalgeest.nl/zelf-doen-een-requiem-voor-de-kassamedewerker/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=zelf-doen-een-requiem-voor-de-kassamedewerker https://dwaalgeest.nl/zelf-doen-een-requiem-voor-de-kassamedewerker/#respond Sun, 22 Nov 2020 12:17:41 +0000 https://dwaalgeest.nl/?p=2086 De zelfscankassa is efficiënt, gemakkelijk en snel. (In ieder geval, dat is het idee.) In steeds meer supermarkten maken de traditionele loopbanden plaats voor elektrische zuilen met touchscreen. De zelfscankassa staat niet op zichzelf, maar past binnen een trend van het overhevelen van taken van bedrijven naar consumenten. In dit artikel zet ik een aantal gedachten op een rij over de zelfscankassa, ‘schaduwwerk’, en selfservice. Waar komen ze vandaan en waar brengen ze ons naartoe?

The post Zelf doen – een requiem voor de kassamedewerker appeared first on Dwaalgeest.

]]>
Terwijl de zelfscankassa gestaag zijn opmars voortzet in onze lokale supermarkten vraag ik mij steeds vaker af: al dat zelf doen, worden we daar nou eigenlijk wel gelukkig van? In dit artikel zet ik een aantal gedachten op een rij over de zelfscankassa, ‘schaduwwerk’, en selfservice. Waar komen ze vandaan en waar brengen ze ons naartoe? 

Met mijn blauwe winkelmandje sta ik aan het einde van de winkel. Rechts van mij een rij voor de laatste kassa met caissière. Links van mij een verzameling schermpjes waar ik mijn boodschappen zelf kan scannen. In de rij gaan wachten? Of toch maar zelf doen…? 

De zelfscankassa is efficiënt, gemakkelijk en snel. (In ieder geval, dat is het idee.) In steeds meer supermarkten maken de traditionele loopbanden plaats voor elektrische zuilen met touchscreen. De zelfscankassa staat niet op zichzelf, maar past binnen een trend van het overhevelen van taken van bedrijven naar consumenten. Geloof het of niet, er was ooit zelfs een tijd dat de boodschappen voor jou in een tasje werden gedaan. Zo zijn er nog veel meer voorbeelden te bedenken. Zelf tanken, zelf je vakantie boeken, zelf je geldzaken regelen, zelf inchecken, zelf je kleding passen, opvouwen en terugsturen, zelf, zelf, zelf… Allemaal dingen die eerder gedaan werden door de pompbediende, reisagent, bankmedewerker, grondstewardess, stationsmedewerker, en kledingverkoper. En wat te denken van onze enorme hoeveelheid online taken? Vaak administratief werk dat vroeger voor ons werd gedaan door receptionisten, secretarissen, notulisten en telefonisten. 

Is er sprake van een opmars van ‘self-service’? De filosoof, theoloog en maatschappijcriticus Ivan Illich spreekt over ‘schaduwwerk’. Vormen van onbetaald werk die tegelijkertijd niet nodig zijn voor het directe levensonderhoud. De socioloog Craig Lambert definieert schaduwwerk als de onbetaalde taken die consumenten uitvoeren voor bedrijven en organisaties. Er zijn een aantal redenen te bedenken waarom we als maatschappij voorzichtig zouden moeten zijn met dit soort vormen van ‘zelfbediening’. 

De schaduwzijde van schaduwwerk

Een groot nadeel van steeds meer selfservice is het risico op isolatie en ontmenselijking. Steeds meer zelf doen zorgt voor steeds minder terloops contact. Nu is ‘smalltalk’ niet altijd even leuk, maar dit soort menselijke interacties zijn voor heel veel mensen enorm belangrijk (zelfs voor de introverten onder ons.) Natuurlijk zijn duurzame relaties met vrienden en familie belangrijk, maar de kracht van ‘klein contact’ moet niet onderschat worden. Zelfs het groeten van de caissière kan bijdragen aan minder stress en eenzaamheid. 

Dan is er ook de kwestie van werkgelegenheid. Natuurlijk, in de loop van de tijd verdwijnen bepaalde banen, maar er ontstaan ook altijd weer nieuwe banen. Maar wat voor nieuwe banen ontstaan er in dit geval? Wie komen er in plaats van caissières? Softwareontwikkelaars? App-bouwers? Data-analisten? Veel van het werk dat we nu meer zelf zijn gaan doen werd eerder gedaan door ‘laagopgeleid’, of praktisch opgeleid, personeel. Er valt wat voor te zeggen om als maatschappij vormen van (semi-)praktisch werk te behouden. 

Misschien is het grootste onopgemerkte nadeel nog wel dat schaduwwerk stress en vermoeidheid in de hand werkt. Het overnemen van kleine taken van bedrijven en overheden betekent eigenlijk dat we allerlei micro-parttimebaantjes op ons nemen. Natuurlijk is voor 0.005 fte caissière zijn op zichzelf nog geen probleem, maar de opeenstapeling van allerlei kleine taken en het continu wisselen tussen verschillende taken zorgt voor stress. Causale verbanden op maatschappelijk niveau zijn altijd lastig te bewijzen, maar in onze door stress en burn-outs geplaagde maatschappij hebben we daar in ieder geval niet meer van nodig.  

Vrijheid en vooruitgang

Maar klanten kiezen er toch gewoon zelf voor, dat zelf doen? En het is toch vaak ook gewoon gemakkelijker? Bedrijven mogen toch zelf beslissen op welke manier zij hun producten verkopen en hun diensten aanbieden? We moeten toch vooruit? De toekomst houdt je niet tegen, toch? 

De mate waarin een individu vrij is om schaduwwerk wel of niet te accepteren is vaak beperkt. Vaak is er sprake van langzame dwang. In de supermarkt kan je nog wel naar een gewone kassa, maar de meeste zijn weggehaald, en dat zorgt voor schaarste; oftewel lange rijen. Uiteindelijk zal de consument dan de beslissing nemen om het maar zelf te doen. Ditzelfde principe hebben we gezien bij andere sectoren waarin schaduwwerk de norm is geworden.

En ja, in principe mogen bedrijven zelf beslissen hoe ze hun producten verkopen. Consumenten kunnen ook ergens anders heen. Deze vrijheid van de consument is natuurlijk wel beperkt als er sprake is van een (semi-)monopolie, en er simpelweg geen – of bijna geen – andere aanbieders op de markt zijn.   

De interessante vraag is; waarom gaan wij daar zo gemakkelijk in mee? Waarom hoor je hier bijna nooit iets over? Blijkbaar is er iets dat maakt dat wij het wel prima vinden – misschien zelfs fijn – om het zelf te doen. 

Het waarom van het zelf doen

Het is niet zo dat producten of diensten goedkoper worden als we het zelf doen. In het geval van de zelfscankassa; vroeger betaalde je nog voor het salaris van de caissière, nu betaal je voor de boodschappen van die meneer naast je. (Diefstal in zelfscansupermarkten neemt significant toe en deze nieuwe winkeldieven bedenken allerlei smoesjes waarom hun gedrag nog zou deugen ook.) 

In ieder geval, over het algemeen geldt dat de prijzen vaak hetzelfde blijven, en als het financieel winst oplevert wordt dat niet doorgerekend naar de klant. Het is ook niet zo dat het altijd gemakkelijker is. Sneller dan? Misschien is er soms gevoelsmatige tijdswinst, maar in gemeten tijd zal het verschil miniem zijn. De rijen voor de zelfscan zijn korter, maar de caissière is vaak al klaar met scannen en afwegen voordat ik mijn portemonnee gepakt heb. Een telefonist maakt binnen anderhalve minuut een melding af, terwijl de consument tijd kwijt is met het downloaden van een app, het herinneren en herstellen van een wachtwoord, het uitzoeken welke informatie gewenst is, et cetera, et cetera. 

Bovenop het feit dat we er soms toe gedwongen worden, en het feit dat het soms gemakkelijker lijkt (en in bepaalde gevallen is), vermoed ik dat al dat zelf doen vooral zo populair is omdat het past in ons collectieve zelfbeeld. Self-service raakt aan populaire waarden als zelfstandigheid, autonomie, individualiteit, en misschien ook zelfverwerkelijking. 

Foucault spreekt over het individu in neoliberale context als ‘ondernemer van het zelf’ (l’ entrepreneur de soi). Het individu onder neoliberaal ‘bestuur’ gaat zichzelf steeds meer zien als een bedrijf; een onderneming die gemanaged, bestuurd, en aan de man gebracht moet worden. Zou het kunnen dat het moderne individu als ‘ondernemer van het zelf’ er bewust voor kiest om taken over te nemen van bedrijven om te zorgen dat niets aan het toeval wordt overgelaten? Om ervoor te zorgen dat het ‘bedrijf’ op de juiste manier gerund wordt? Misschien gaat het hier wel om een sterk verlangen naar controle over die eigen ‘onderneming’, een verlangen naar een zo’n groot mogelijke mate van autonomie en individualiteit. José Bloemer, hoogleraar bedrijfskunde aan de Radboud Universiteit, spreekt in deze context over de ‘prosumer’: een consument die daarnaast ook producent is geworden.

Een dystopisch(?) fantasietje

Het zou goed kunnen dat al dat zelf doen ons uiteindelijk teveel wordt. Daar zie je nu misschien al wel het begin van; vermoeidheid, burn-outs, stress in allerlei soorten en maten. Maar misschien hoeven we niet bang te zijn. Misschien zal, zodra die zelfscanmaatschappij ons toch teveel wordt, ‘big data’ zich aandienen als de langverwachte messias die maar al te graag ons juk komt verlichten.

De nieuwe internetstaten als Google en Facebook staan al klaar om zich op te werpen als redder in nood van al die oververmoeide consumenten met honderd micro-banen. Algoritmes gedreven door gigantische hoeveelheden persoonlijke data zullen het mogelijk maken om weer service te leveren zonder dat we het gevoel hebben autonomie te verliezen. Google zal ons ‘kennen’ in al onze individualiteit. Dan hoeven we niet meer af te rekenen, dan hoeven we niet eens meer na te denken wat voor boodschappen we willen kopen, of de verwarming hoger of lager moet, dan hoeven we geen wachtwoorden meer te onthouden, meldingen te maken of aangiftes te doen. Er zal weer service geleverd worden!

Nee, ik geloof niet dat we het allemaal zelf kunnen doen. Uiteindelijk zijn we geen volledig onafhankelijke autonome individuen. We willen geholpen worden, we willen dat er soms voor ons gekozen wordt, dat we soms bediend worden. De vraag waar we nu voor staan is: willen we elkaar bedienen of werken we ons kapot aan honderd baantjes totdat een anoniem algoritme dat komt doen? En ja, natuurlijk is dat een vals dilemma, maar u begrijpt mijn punt. 

“Hallo, meneer. Meneer? Bent u daar nog?” “Oh sorry, ja…?”  “Wilt u pinnen of contant betalen?” “Pinnen.”  “Dan kunt u bij de zelfscankassa’s aansluiten.” “Weet u dat zeker?,” is het enige wat ik op dit moment kan verzinnen. “Ja.” “Okay.” Ik loop gedwee naar het blauwe licht en scan mijn boodschappen. 

The post Zelf doen – een requiem voor de kassamedewerker appeared first on Dwaalgeest.

]]>
https://dwaalgeest.nl/zelf-doen-een-requiem-voor-de-kassamedewerker/feed/ 0 2086
Een alternatief voor het cultuurchristendom: praxis https://dwaalgeest.nl/een-alternatief-voor-het-cultuurchristendom-praxis/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=een-alternatief-voor-het-cultuurchristendom-praxis Sun, 12 Jan 2020 17:04:00 +0000 https://dwaalgeest.nl/?p=129 Het cultuurchristendom lijkt aan populariteit te winnen. Het is zelfs een beetje hip om het op te nemen voor het christendom. Dat christelijke geloof; daar zit nog best wat in! Het christendom heeft onze cultuur en ons denken gevormd en ‘is fantastisch‘, horen we Baudet zeggen. De weldenkende en sceptische mens, die wordt echter geen christen, maar een cultuurchristen. Maar misschien is er nog een andere mogelijkheid: een praktisch christendom.

The post Een alternatief voor het cultuurchristendom: praxis appeared first on Dwaalgeest.

]]>
Het cultuurchristendom lijkt aan populariteit te winnen. Het is zelfs een beetje hip om het op te nemen voor het christendom. Dat christelijke geloof; daar zit nog best wat in! Het christendom heeft onze cultuur en ons denken gevormd en ‘is fantastisch‘, horen we Baudet zeggen. De weldenkende en sceptische mens, die wordt echter geen christen, maar een cultuurchristen. Maar misschien is er nog een andere mogelijkheid: een praktisch christendom.

Dat geloof je toch niet?

De aanhangers van het cultuurchristendom (bijvoorbeeld Thierry Baudet en Wierd Duk op ‘rechts’, maar ook Yvonne Zonderop op ‘links’) zien allerlei moois in de christelijke religie. Het christendom zou aan de basis liggen van prachtige ideeën als gelijkwaardigheid van man en vrouw, gelijkheid voor de wet, en democratie. Daarnaast wijzen cultuurchristenen op het feit dat de christelijke religie allerlei geweldige kunst, literatuur en muziek heeft voortgebracht. Ze staan open voor de positieve effecten die het christelijke geloof op de maatschappij zou hebben. 

Het grote probleem voor cultuurchristenen is alleen dat het christendom niet waar is. Ze kunnen ‘het’ niet geloven. God bestaat niet. Ze kunnen zich daarom niet aansluiten bij een confessioneel christendom, een christendom waar je toe behoort op basis van de dingen die je gelooft. Wat dan overblijft, is het cultuurchristendom. Denkt men…

Waardering is niet voldoende

Yvonne Zonderop, schrijver van het boek ‘Ongelofelijk’, ziet het cultuurchristendom als: ‘de erkenning dat diepe waarden van het christendom in ons allemaal zitten, in onze cultuur zitten…’ en ‘dat we eraan kunnen bijdragen dat we dat zien, en dat we dat waarderen’. Let op: niet bijdragen aan het christendom, maar bijdragen aan het besef dat het christendom belangrijk is (geweest). Het probleem met het cultuurchristendom is dat het een lege huls is. Het is eigenlijk niets anders dan een bepaalde stellingname; een erkenning dat het christendom in onze cultuur en in onszelf zit, de mening dat het christendom een positieve waardering verdient. Dat is allemaal leuk en aardig, maar dan rijst de vraag: en wat nu dan? Hoe nu verder?

Het risico is dat de cultuurchristen het christendom vooral als een fossiel ziet, een dood ding. Iets dat van belang is om te begrijpen wie we nu zijn, maar daar blijft het bij. Een fossiel leeft niet, en kan ook niets levend houden, of weer levend maken. De cultuurchristen ziet het christendom als een museum-religie. Terwijl juist alles wat cultuurchristenen waarderen aan het christendom (kunst, literatuur, bepaalde ideeën en waarden) is ontstaan in een levende traditie, in een levend geloof. De cultuurchristen zou daarom meer moeten doen dan enkel waarderen of oproepen tot waardering. Anders is zij enkel een profiteur die aan de zijlijn blijft staan. 

Geen confessie maar een praxis

Waardering voor klassieke muziek is nog geen klassieke muziek. Op diezelfde manier is cultuurchristendom eigenlijk ook geen christendom. Maar als je klassieke muziek heel erg mooi vindt en waardeert, en het laatste symfonieorkest maar moeilijk zijn bezetting rond kan krijgen, misschien is het dan wel tijd om zelf eens een instrument te gaan leren bespelen…

Waarom kunnen degenen die zich aangetrokken voelen tot het cultuurchristendom het christendom niet gaan praktiseren? Het is inderdaad erg moeilijk om ervoor te kiezen om iets te gaan geloven, maar de keuze maken om iets te gaan doen is gemakkelijker. Dát is een praktisch christendom. Ga het christendom maar praktiseren. Breng die naastenliefde in praktijk, ga naar de kerk, laat je inspireren! Dat zou kunnen door je aan te sluiten bij al bestaande vormen waarbinnen de christelijke religie vorm krijgt, maar je kunt ook geheel nieuwe vormen bedenken en uitvoeren. Er is van alles mogelijk, maar praktiseer! Zoiets deed bijvoorbeeld schrijver en essayist Stephan Sanders. Hij besloot een tijd te gaan ‘proefgeloven’. Hij bezocht iedere zondag een eucharistieviering in de plaatselijke kerk en ging ‘het’ maar gewoon doen, ook al geloofde hij maar weinig.

Dit vraagt natuurlijk wel iets. Zowel van de cultuurchristen als van de ‘traditionele’ confessionele christen. De cultuurchristen zal zich over de schroom heen moeten zetten om zich voortaan als christen te identificeren. Daarnaast zal het vreemd zijn om mee te doen aan rituelen en gebruiken waarvan hij niet altijd weet wat hij ermee aan moet of wat hij er van vindt. Van de confessionele christen vraagt het ook iets. Die zal namelijk ruimte moeten maken voor mensen die graag mee willen doen, maar misschien niet, nog niet, of nooit niet, ‘geloven’. Dat betekent niet dat confessionele christenen allemaal heel vrijzinnig moeten worden, maar wel dat zij de ‘praktisch christen’ als volwaardig lid van de christelijke gemeenschap gaan beschouwen.

Dus beste cultuurchristen, beste Thierry, word praktisch! Zeg eens een gebed! Lees de bijbel voor aan je kinderen, ga naar de kerk, en vier de feesten! En misschien, heel misschien, gaat God dan wel bestaan… En zo niet? Dan heb je in ieder geval je best gedaan om datgene wat je waardeert door te geven en voort te zetten. 

The post Een alternatief voor het cultuurchristendom: praxis appeared first on Dwaalgeest.

]]>
129